Picos de Europa
Maandag 16 maart, Cangas de Onís
Het was heel stil en heel donker vannacht op de parkeerplaats van de golf. We hebben tot het laatste licht genoten van het uitzicht rondom. En daar begonnen we ook weer mee bij het wakker worden. De besneeuwde bergen van de Picos stonden prachtig in de zon en het uitzicht over de oceaan en de kustlijn was ook prachtig. De golfbaan werd niet druk bezocht, we telden 9 spelers, dus was het heel rustig spelen. Halverwege hebben we een tijd op een bankje gezeten met onze lunch en hebben niemand voorbij zien komen. Heel luxe, zo’n baan alleen. Het was wel heel zwaar, we moesten veel klimmen en dalen en de berg was nog kletsnat. We waren dan ook echt behoorlijk moe na onze ronde. Aan het eind van de middag reden we over een prachtige bergweg een stukje verder richting de Picos de Europa. In Cangas hebben we een rondje door het dorp gelopen. Het is nogal toeristisch, wat logisch is, het is één van de poorten naar de Picos. Er zijn veel winkels met prullaria en veel restaurants. Het is een levendige stad en het was wel duidelijk dat het leven zich aan het eind van de middag op straat afspeelt. De terrassen zitten vol, kinderen rennen rondjes en het is een kakofonie van geluid. De toeristeninfo was gesloten. Dat was dan wel weer jammer.
En als je dan in Asturië bent moet je natuurlijk wel even de bekende cider drinken. Dat wordt hier volop geproduceerd, er zijn in elk dorp wel Sidrerias te vinden waar deze drank geserveerd wordt. Het hele ciderproces staat inmiddels op de Unescolijst van immaterieel erfgoed.
Dinsdag 17 maart, Riano
De ochtend begon met laaghangende wolken, maar de weersverwachting van de laatste tijd was vrij constant. Het zou vandaag strakblauw worden en 20 * in de Picos. We hadden al uitgezocht dat je gemakkelijk tot Cavadonga kon rijden. Daar zijn grote parkeerplaatsen waar vandaan shuttlebussen de berg op gaan. Maar dat is in het hoogseizoen, nu zag alles er nogal leeg uit. In het busstation in Cangas de Onís was ook niemand die ons wat wijzer kon maken. Dus besloten we om maar omhoog te rijden en te kijken tot hoever we konden komen. De slagboom bij het supersmalle bergweggetje met 10.000 bochten stond open. Dat was voor ons genoeg om door te rijden. In het hoogseizoen is deze weg afgesloten. Het was bijna een uur rijden omhoog en soms best wat spannend met het tegemoetkomende verkeer, zeker als er dikke bussen aankomen. We moesten soms heel erg op het kantje rijden en op deze weg is geen vangrail, maar wel een steile helling. Het was een fantastische route die om de bergen heenslingerde tot we op 1200 meter hoogte bij een parkeerplaats kwamen. Inmiddels was het stralend weer geworden. Daarvandaan maakten we een mooie wandeling naar de meren. We kwamen in een enorme kom met gras. Onderin lag een meer omkranst met ruige witte pieken. Echt zo mooi! We hebben hier een tijdje zitten kijken en genieten. We hebben ons er over verbaasd dat er zoveel mensen boven waren op een gewone dinsdag. Misschien heeft het ermee te maken dat het vandaag echt fantastisch weer was en dat is niet zo vaak in de Picos. Er komt veel mist voor. We wandelden langs het andere meer terug naar de camper en toen begon de route naar beneden. Ook spannend, maar je hebt meer overzicht over de weg en er waren weinig tegenliggers. We zijn blij dat we dit niet in het hoogseizoen hebben gedaan, waarschijnlijk hadden we niet tot boven kunnen rijden én was het daar nog vele malen drukker geweest.
Beneden gekomen hebben we even over de kaart gebogen gelegen om te kijken wat we verder wilden gaan doen. We kwamen uit op een route over de N625, die leidt door Desfiladero de los Beyos, een spectaculaire kilometerslange kloof die is uitgesleten door de rivier de Sella. Het schijnt één van de smalste kloven van Europa te zijn waar je met een auto door kunt. De rotsen rijzen tientallen meters naast je loodrecht omhoog. Soms zijn er overhangende rotsen waarbij we met onze hoge camper extra voorzichtig moeten zijn. Het is steeds een verrassing hoe de weg na een volgende bocht weer verder gaat. Het is verbazingwekkend dat deze weg is aangelegd in de dertiger jaren toen er nog niet zoveel machines waren. Het is ook verbazingwekkend dat er in dit woeste landschap nog huizen staan waar mensen wonen op de steile hellingen. Er zijn huizen bij die zo diep in de kloof liggen dat er nauwelijks zonlicht bij komt. Naast de kale steile rotsen zijn er ook veel beboste hellingen. Tot 500 meter hoogte groeien hier eik, kastanje, iep en berk. Het zal in het voorjaar een feest van groene tinten zijn als al deze bomen in blad komen.
Na anderhalfuur rijden komen we uiteindelijk aan bij Riano. Daar zijn er hellingen met naaldbomen. Het dorp ligt in een wat breder dal aan een groot stuwmeer. Het is gebouwd in de tachtiger jaren, maar daarvoor moesten wel, tot groot verdriet van de mensen, negen dorpen ontruimd worden. Van het oude dorp Riano is alleen de kerk steen voor steen afgebroken en op de nieuwe plaats weer opgebouwd. Een bijzonder vethaal. Wij vonden een mooi plekje aan de onderkant van het dorp met uitzicht over het meer.
Woensdag 18 maart, Potes
Vanochtend hadden we een prachtig uitzicht over het stuwmeer. Er voeren diverse bootjes kris kras heen en weer. We begonnen onze dagtocht met een klein ritje naar de nu nog gesloten camping van Riano. Daar vandaan was het maar een kwartier wandelen heuvelop om naar het uitzichtspunt te gaan. Dat was werkelijk prachtig. Rondom de majestueuze bergen, sommige met sneeuw bedekt. Beneden ons het stuwmeer en het dorp. Daarnaast één van de bruggen over het stuwmeer. Ik heb een filmpje gemaakt van dit fantastische uitzicht. Op dit uitzichtspunt staat ook een grote schommel van 8 meter hoogte, de hoogste van Spanje hadden wij gelezen. Natuurlijk hebben we even geschommeld😄. Hierna konden we aan onze tocht beginnen. Doel was voorlopig naar Potes te rijden over de N621. Ook dit is een prachtige weg, deels door kloven heen, maar breder en met veel meer uitzicht dan gisteren. Er waren ook veel meer weilanden en kleine dorpen op de hellingen te zien. Sommige stukjes weg waren wel smal, maar gelukkig waren er weinig tegenliggers. Wat wij wel schokkend vonden om te zien is dat in het dal van La Reina kilometers zwartgeblakerde hellingen waren. In augustus 2025 zijn er hier vele ernstige bosbranden geweest, waardoor veel natuurgebied erg beschadigd is. Veel mensen moesten geëvacueerd worden, alle toeristische activiteiten in dit gebied werden stilgelegd en de brandweer stond voor de bijna onmogelijke opdracht om al deze branden te blussen. Dat duurde weken.
In Potes zijn we even gestopt om te lunchen, daarna reden we een zijdal in naar Fuente Dé. Aan het eind van dit dal kom je bij een paar honderd meter hoge bergmuur van grijze steen. Daar is een lift gebouwd en daar zijn we mee omhoog gegaan. Boven kwamen we in een wijde kom met aan de achterkant nog meer hoge bergen. Er waren nog veel sneeuwvelden in deze kom en we hebben hier leuk gewandeld en door de sneeuw gebaggerd. Een bijzondere ervaring die ons deed terugdenken aan onze tijd toen wij door de Alpen liepen met onze rugzak op. Aan het eind van de middag weer naar beneden en reden terug naar Potes waar wij op een grote parkeerplaats staan. Er is hier een deel afgezet voor campers, maar wij kwamen daar niet op, omdat het gereserveerd is voor camperaars voor een aantal feestdagen. Een mevrouw verzekerde ons dat het vanavond nog geen feest is, maar we horen ze wel met z’n allen gezellig op z’n Spaans luidruchtig kwetteren. We hopen dat ze daar niet de hele nacht mee doorgaan.😄


En dat jullie dan ook nog in de sneeuw lopen maakt de reis wel heel afwisselend.